Nooit geweten dat een Nederlandse astronoom als eerste een kijkje heeft genomen in het binnenste van een exoplaneet.
Huh? Het inwendige van een planeet bij een andere ster bekijken? Hoe doe je dat in vredesnaam?
OK, ik moet er even bij zeggen: de planeet in kwestie bestond niet meer, maar toch was het een bijzondere prestatie. En die werd meer dan honderd jaar geleden geleverd door Adriaan van Maanen (1884-1946), die het grootste deel van zijn leven werkzaam was op de Amerikaanse Mount Wilson-sterrenwacht. Oh, en nog een kanttekening: Van Maanen had geen idee wat hij zag.
Ik wist het ook allemaal niet, maar ik hoorde het op 15 juni van Ben Zuckerman van de Universiteit van Californië in Los Angeles, tijdens een persconferentie op de zomerbijeenkomst van de American Astronomical Society die ik online bijwoonde. Van Maanen deed onderzoek aan witte dwergen - kleine, hete sterren die achterblijven wanneer een ster als de zon aan het eind van zijn leven is gekomen. Zo'n ster zwelt eerst gigantisch op tot een rode reus, en krimpt vervolgens ineen tot een witte dwerg, die niet veel groter is dan de aarde, maar wel enorm veel zwaarder.
In een van de dichtstbijzijnde witte dwergen (inmiddels de Ster van Van Maanen geheten) ontdekte hij sporen van zware elementen zoals calcium. Heel gek, want dat element verwacht je helemaal niet in de buitenlagen van een witte dwerg: die bevatten normaal gesproken geen elementen zwaarder dan koolstof en zuurstof.
We weten nu dat er veel meer witte dwergen zijn die 'verontreinigd' zijn met zware elementen; op de persconferentie presenteerde Zuckerman nieuwe precisiemetingen waaruit dat blijkt. En we weten ook waar die verontreiniging vandaan komt: witte dwergen kunnen af en toe kleine planetoïden en kometen, of zelfs complete planeten uiteenrukken en verorberen.
Op zich niet zo verwonderlijk: als een ster zoals de zon opzwelt tot een rode reus, kunnen de binnenste planeten worden opgeslokt. Over een paar miljard jaar zal dat ook met de planeten Mercurius en Venus in ons eigen zonnestelsel gebeuren. En als zo'n rode reus zijn buitenste gaslagen de ruimte in blaast, kunnen de banen van andere hemellichamen verstoord raken. Kortom: chaos in het planetenstelsel, met als gevolg dat sommige planeten weggeslingerd worden, en andere juist in de stervende ster vallen.
Alles lijkt er dus op te wijzen dat de zware elementen in witte dwergen afkomstig zijn van uiteengerukte planeten. Met andere woorden: het gaat om materiaal dat zich oorspronkelijk in het binnenste van zo'n planeet bevond.
Ik vind het een fascinerend idee. Dankzij moderne technieken hebben we duizenden exoplaneten gevonden, en kunnen we hun eigenschappen achterhalen, zoals afmeting en massa. Maar dat we via onderzoek aan witte dwergen ook iets te weten kunnen komen over de samenstelling van het inwendige, dat is wel heel bijzonder. En dat een Nederlander daar in 1917 al een begin mee maakte (zonder zich dat te realiseren), dat is gewoon supergaaf.