Kijk dan, daar sta ik met een originele fotografische glasplaat van een stukje zuidelijke sterrenhemel in m'n handen. In de bibliotheek van de United Kingdom Schmidt Telescope (UKST), op de Australische Siding Spring-sterrenwacht. Op de foto zie je alleen maar reflecties, maar geloof me: op het origineel zijn tienduizenden minuscule lichtstipjes en nevelvlekjes zichtbaar, ruim een halve eeuw geleden vastgelegd met een voor die tijd revolutionaire telescoop.
Tijdens een research trip voor een nieuw boek, waarbij ik vooral Australische radio-observatoria bezoek, kan ik het natuurlijk niet laten om ook even langs te gaan op Siding Spring, zo'n 25 kilometer ten oosten van het stadje Coonabarabran. Met dank aan site-manager Gerard Hutchinson breng ik er zelfs de nacht door, in kamer 8 van de nieuwe astronomen-lodge - de oude ging in 2013 in vlammen op tijdens een natuurbrand waarbij de telescopen van het observatorium gelukkig gespaard bleven.
Het Siding Spring Observatory werd begin jaren zestig gesticht door de Nederlandse astronoom Bart Bok, die indertijd directeur was van de Mount Stromlo-sterrenwacht nabij Canberra. Door de groei van de Australische hoofdstad, en de lichtvervuiling die dat met zich meebracht, was er behoefte aan een tweede locatie, ver van de bewoonde wereld. Inmiddels is Siding Spring de belangrijkste optische sterrenwacht van Australië, zeker nadat het Mount Stromlo-observatorium in 2003 vrijwel volledig door brand werd verwoest.
Sterrenkundige Karl Glazebrook en zijn collega's geven me na aankomst op het observatorium een tour door het gigantische gebouw van de Anglo-Australian Telescope (AAT). Die dateert uit 1974, en heeft een spiegelmiddellijn van 3,9 meter. Ooit was dit de grootste telescoop op het zuidelijk halfrond; de schitterende foto's die ermee gemaakt werden door astronoom David Malin waren in de jaren tachtig van de vorige eeuw wereldberoemd.
Het is niet druk op de sterrenwacht. Op de AAT en een kleiner Koreaans instrument na worden alle telescopen tegenwoordig op afstand bediend, als ze al niet volledig robotisch zijn. 's Nachts zijn er hooguit tien tot vijftien mensen op het uitgestrekte observatorium aanwezig; vroeger waren dat er vaak vele tientallen.
De volgende ochtend geeft technicus Ian Adams me een rondleiding langs enkele andere telescopen, waaronder de Advanced Technology Telescope, met een spiegel van 2,3 meter in diameter. Die dateert ook alweer uit 1984, maar heeft een veel compactere bouw en een moderner ontwerp dan de 'klassieke' AAT. Hij wordt voor de meest uiteenlopende onderzoeksprojecten gebruikt.
Maar ik kijk vooral uit naar ons bezoek aan de Schmidt-telescoop, waarmee indertijd de zuidelijke sterrenhemel voor het eerst gedetailleerd is vastgelegd op duizenden fotografische platen, in navolging van een soortgelijk project op het noordelijk halfrond. Tot mijn verbazing staat de beroemde telescoop er vrij laveloos bij. Het labyrint van kantoortjes en kamertjes rondom de eigenlijke koepel is donker en verlaten. Overal staan kisten met antieke onderdelen en instrumenten waarvan over tien jaar waarschijnlijk niemand meer weet waar ze ooit voor dienden. In de doka's, waar sterrenkundigen indertijd hun fotografische glasplaten ontwikkelden, staan nog halfvolle jerrycans met ontwikkelaar en fixeer, onder een flinke laag stof. De Schmidt-telescoop staat al jaren op non-actief.
Ian neemt me mee naar de bibliotheek, waar hij zelf ook al heel lang niet is geweest. In grote rekken staan hier de originele opnamen van de zuidelijke hemel, in papieren enveloppen met handgeschreven cijfercodes. Even later sta ik met een van de Schmidt-platen in mijn handen en zet Ian me op de foto.
De fotografische glasplaten zijn lang geleden al gedigitaliseerd, zodat ze door sterrenkundigen van over de hele wereld geraadpleegd kunnen worden. Maar dat gebeurt vrijwel nooit meer: nieuwere 'surveys', uitgevoerd met grotere telescopen, zijn veel gevoeliger en laten veel meer sterren en sterrenstelsels zien. Bovendien zijn die allemaal met digitale camera's verricht, waardoor de metingen veel nauwkeuriger zijn.
Ja, de eerbiedwaardige Schmidt-telescoop heeft later ook deelgenomen aan de digitale revolutie: in het hart van de telescoop bevindt zich nu de Taipan-spectrograaf (genoemd naar een gevaarlijke Australische slangensoort), die met behulp van glasvezeltechniek van talloze objecten tegelijkertijd het zogeheten spectrum kan vastleggen - allemaal digitaal. Maar ook dat instrument is inmiddels al lang 'ingehaald' door nieuwere en betere technologie. Of de UKST nog echt toekomst heeft, valt te betwijfelen.
Voor het observatorium als geheel ziet het er iets beter uit. Hoewel de oudere instrumenten hun beste tijd hebben gehad, is de Anglo-Australian Telescope nog steeds elke heldere nacht actief. De 2,3-meter Advanced Technology Telescope wordt aangepast om straks geheel geautomatiseerd nuttige vervolgwaarnemingen te doen aan bijzondere objecten die ontdekt worden met de gloednieuwe Vera Rubin-telescoop in Chili - zeg maar de Schmidt-telescoop van de eenentwintigste eeuw.
En in een nu nog leeg gebouw legt een technicus de laatste hand aan de voorbereidingen van de plaatsing van een nieuwkomer op de sterrenwacht: een kleine en volledig geautomatiseerde telescoop die ook vervolgwaarnemingen gaat doen aan Vera Rubin-ontdekkingen, maar dan op infrarode golflengten. Deze DREAMS-telescoop (Dynamic REd All-sky Monitoring Survey) wordt over een paar dagen geplaatst en zou binnen een paar weken al operationeel kunnen zijn. Daarnaast biedt het observatorium plaats aan talloze kleine robot-telescopen, allemaal met hun eigen specifieke waarnemingsprogramma.
Toch stemt het tot enige weemoedigheid, dat de oorspronkelijke telescopen van het ooit zo beroemde observatorium in de schaduw zijn komen te staan van de gigantische apparatuur van de afgelopen decennia, zoals de Gemini- en Keck-telescopen op Hawaï, de Europese Very Large Telescope in Noord-Chili, en het Vera Rubin-observatorium. Als ik rond het middaguur de kronkelige weg naar Coonabarabran weer afrijd, vraag ik me stilletjes af of die over dertig of vijftig jaar ook staan te verstoffen, en aan wat voor nieuwe projecten ze het astronomische stokje dan doorgegeven zullen hebben.