Een halve eeuw nadat de Amerikaanse Viking-landers voor het eerst gericht op zoek gingen naar sporen van biologische activiteit, is de vraag naar leven op Mars nog altijd niet beantwoord.
Vandaag (20 juli 2026) is het precies vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse ruimtesonde Viking 1 een zachte landing maakte op de rode planeet Mars. Internet bestond nog niet, dus het was allemaal niet (semi-)live te volgen, maar al snel stonden de eerste foto's van het oppervlak van onze buurplaneet in de krant, iets later gevolgd door uitgebreide reportages in poplair-wetenschappelijke tijdschriften.
Ik zal nooit vergeten dat NOS-nieuwslezer Joop van Zijl in de zomer van 1997 met droge ogen beweerde dat de kleurenfoto's van NASA's nieuwe Marslander Mars Pathfinder veel beter waren dan 'de wazige zwartwit-kiekjes van de Viking-ruimtesondes van 21 jaar geleden'. Dat sloeg werkelijk nergens op, want de twee Viking-landers (Viking 2 landde op 3 september 1976 op Mars) maakten al indrukwekkende full-color stereoscopische panoramafoto's in hoge resolutie. Het Viking-project was een van de meest succesvolle ruimtevaartprogramma's in de geschiedenis.
Toch hielden veel wetenschappers een wat katerig gevoel over aan de Viking-missies. De hoop was namelijk dat de twee landers definitief antwoord zouden geven op de vraag of er leven is op die verre, koude wereld. Geen groene Marsmannetjes, maar buitenaardse micro-organismen. En uitgerekend die vraag naar het bestaan van Marsbacteriën werd niet beantwoord.
Beide landers namen bodemmonsters en voerden daar drie verschillende experimenten op uit om biologische activiteit aan te tonen, zoals de opname van voedingsstoffen, 'ademhaling', metabolisme (stofwisseling) en de uitscheiding van afvalstoffen. En hoewel er soms opmerkelijke chemische reacties optraden, vonden de twee Vikings geen aanwijzingen voor het bestaan van leven.
Eén onderzoeker, Gilbert Levin, bleef tot zijn dood in 2021 volhouden dat zijn labeled release experiment wel degelijk micro-organismen had aangetoond, maar het is zo goed als zeker dat de resultaten van dat experiment zijn toe te schrijven aan de aanwezigheid van agressief waterstofperoxide in de Marsbodem. Bovendien valt op geen enkele manier te verklaren hoe Marsbacteriën in het ene experiment wél sporen achterlaten, maar in de andere twee totaal niet.
Latere Marslanders (zoals Pathfinder in 1997, maar ook de Marswagens Spirit, Opportunity, Curiosity en Perseverance) hadden geen van alle biologische experimenten aan boord. In plaats daarvan richtte NASA zich meer op het vinden van (sporen van) water op de rode planeet. Dat vervolgonderzoek heeft overtuigend uitgewezen dat Mars een paar miljard jaar geleden veel warmer en natter was, met een dikkere dampkring, een hogere oppervlaktetemperatuur, en met zeeën en oceanen.
Bovendien heeft Perseverance vrij recent organische (koolstofhoudende) verbindingen aangetroffen in de Marsbodem, en zijn er vorig jaar ook microscopische patronen in sommige Marsgesteenten gevonden die op aarde ontstaan onder invloed van biologische activiteit.
Het is dan ook niet uitgesloten dat er in het verre verleden wél iets heeft geleefd op de rode planeet. Toekomstig onderzoek aan bodemmonsters van Mars in een goed geoutilleerd laboratorium op aarde moet dat uitwijzen. Zowel bij NASA en ESA als bij de Chinese ruimtevaartorganisatie CNSA bestaan plannen om Marsmateriaal voor dat doel op te halen en terug te brengen naar de aarde.
Dat er heden ten dage leven voorkomt op het oppervlak van Mars is vrijwel uitgesloten. De planeet heeft geen noemenswaardig magnetisch veld, en slechts een zeer ijle dampkring. Schadelijke ultraviolette straling van de zon en dodelijke kosmische straling komen dus ongehinderd op het oppervlak terecht. Maar sommige optimistische onderzoekers denken dat er op enige diepte ónder het oppervlak misschien nog wél micro-organismen leven.
Als dat zo is, zouden die levende Marsbacteriën (of anders hun fossiele chemische resten) wellicht gevonden kunnen worden door de toekomstige Europese Marsrover Rosalind Franklin, die na jarenlange vertragingen eind 2028 gelanceerd moet worden.
Tot die tijd is elke uitspraak over leven op de rode buurplaneet van de aarde pure speculatie. De Amerikaanse planeetonderzoeker en wetenschapscommunicator Carl Sagan zei het al: uitzonderlijk sterke claims vereisen uitzonderlijk sterk bewijsmateriaal. Je kunt het leuk vinden of niet, maar dat overtuigende bewijsmateriaal is er gewoon niet als het om leven op Mars gaat. Nóg niet.
Vijftig jaar na de landing van Viking 1 kennen we de geologische geschiedenis van Mars enorm veel beter dan toen, maar het zou mij eerlijk gezegd niet echt verbazen als we de vraag naar buitenaards leven over nog eens vijftig jaar (dus in 2076) nog steeds niet definitief hebben beantwoord.