Eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n fan van bemande ruimtevaart. (Sorry, bemenste ruimtevaart heet dat tegenwoordig; tijdens de Artemis II-vlucht was er ook een vrouwelijke astronaut aan boord.) Een mens de ruimte in sturen is enorm veel ingewikkelder, gevaarlijker en duurder dan een zielloze ruimtesonde, en wetenschappelijk gezien voegt het nauwelijks iets toe.
Ik heb de Artemis II-missie dan ook niet op de voet gevolgd. Ja, de lancering en de terugkeer op aarde zag ik natuurlijk live op internet, maar terwijl Reid Wiseman, Christina Koch, Victor Glover en Jeremy Hansen hun rondje rond de maan maakten, vierde ik een weekje vakantie in Zuid-Frankrijk. Met meer ruimte, een beter bed, een werkend toilet, en óók hele mooie uitzichten.
En zeg nou eerlijk: what’s new? Ruim een halve eeuw geleden cirkelden er ook al eens astronauten rond de maan, aan boord van de Apollo 8. De achterkant van de maan is al lang in minutieus detail vastgelegd door de Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter. En indrukwekkende foto’s van de blauwe aarde vlak boven het kale maanlandschap zijn ook al gemaakt door Japanse maansondes.
Toch heeft die menselijke aanwezigheid grote voordelen; dat realiseer ik me maar al te goed. Onbemand ruimteonderzoek haalt zelden of nooit de voorpagina van de krant of het 8-uur journaal, en gaat ook niet viraal op sociale media. Miljoenen mensen hebben daardoor voor het eerst stilgestaan bij de kwetsbare nietigheid van onze thuisplaneet, waarop wij het met z’n allen moeten zien te rooien.
Dat zogeheten overview effect – een diep gevoelde onderlinge verbondenheid met alle bewoners van die kleine blauwe aarde – vormt een waardevol antiserum tegen de duistere krachten van polarisatie, racisme, ontmenselijking en genocide die de laatste tijd de boventoon voeren.
Als het Artemis-project ook maar een beetje kan bijdragen aan meer verdraagzaamheid en medemenselijkheid, zijn de miljarden wat mij betreft al goed besteed. En dan heb ik het nog niet eens over de manier waarop de nieuwe maanmissies jonge mensen kunnen inspireren om zich te gaan verdiepen in wetenschap en techniek, zoals dat ruim vijftig jaar geleden ook bij mij gebeurde.
Als ik niet uitkijk, word ik op m’n ouwe dag nog een keer overtuigd fan van bemande (en bevrouwde) ruimtevaart.